De ploegentijdrit is terug!

De WK-ploegentijdrit was tot en met 1994 een rit over 100 kilometer voor vier amateurs per landenploeg. In de nieuwe uitvoering bestaan de ploegen uit zes renners en rensters bestaan en zijn de afstanden respectievelijk 53,2 en 34,2 kilometer. De reeks werd in 1995 beëindigd omdat er door de UCI mondiaal een nieuw systeem werd ingevoerd, waarbij de categorie van de amateurs kwam te vervallen. Maar het belangrijkste verschil met vroeger is dat voor het eerst in de geschiedenis van het WK het strikt nationale element wordt doorbroken, omdat de renners niet hun land vertegenwoordigen maar de merkenploeg waar ze onder contract staan. De UCI WorldTour-, ProContinental- en Continental-ploegen die hier aan deel gaan nemen, kunnen dus hun zes beste renners opstellen, zonder daarbij op nationaliteit te hoeven letten. En daar zijn de teambazen in ieder geval meer dan tevreden mee. Diverse teams hebben de afgelopen weken aangegeven een speerpunt te maken van de gezamelijke race tegen de klok. Rabobank heeft het parcours al verkend (zie kader), Vacansoleil-DCM ziet kansen en 1t4i-manager Iwan Spekenbrink vindt dat de gezamenlijke rit tegen de klok voor zijn ploeg een kans is om hun beleid te profileren. “Wat je vooral nodig hebt voor een ploegentijdrit is team spirit”, zegt hij. “Daar staat ook de T voor in onze tijdelijke naam. Een goed resultaat op het WK straalt echt op je team af. Voor ons vrouwenteam wordt het ook een van de speerpunten van het seizoen.”

Overeenkomsten
Hoewel deze opzet sterk verschilt van de oude ploegentijdrit, zijn er ook overeenkomsten. De afstand is weliswaar een stuk korter, maar het blijft een uiterst zware opgave, waarvoor de renners heel goed voorbereid moeten zijn willen ze kans op een podiumplaats maken. De fysieke kwaliteiten en de karakters moeten goed op elkaar zijn afgestemd, terwijl de inbreng van de coach veel belangrijker is dan in een individuele wegwedstrijd. Alles moet door een gedegen voorbereiding exact kloppen, anders is het bij voorbaat een kansloze missie. Wat dat betreft kan er veel voordeel worden gehaald uit de ervaringen van de Nederlandse teams die in 1978, 1982 en 1986 goud wonnen op de ploegentijdrit. Toen werden Nederlandse ploegen wereldkampioen en was Jan Gisbers verantwoordelijk voor de eerste twee en André Boskamp voor de laatste.

Aan deze drie kampioenschappen lag steeds een lange periode van voorbereiding in buitenlandse wedstrijden ten grondslag. Verder was er sprake van een psychologische begeleiding die ervoor zorgde dat de renners in een roes van onoverwinnelijkheid aan de start verschenen. Zo ging Jan van Houwelingen, één van de vier van 1978, van huis met de mededeling dat hij als wereldkampioen zou terugkeren. Geen twijfel mogelijk. Toen de journalisten de vier zagen, zoals ze aan de start stonden, schrokken ze van de verbetenheid en het zelfbewustzijn dat ze uitstraalden. Frits van Bindsbergen deed in de eerste van de twee ronden die in 1982 verreden moesten worden veruit het meeste kopwerk. Volledig gesloopt moest hij in de derde ronde lossen met het gevoel zijn maten in de steek te laten, een emotie die ook Rob Harmeling ervoer toen hij na een grote hoeveelheid beulswerk vier jaar later de andere drie moest laten gaan. De regenboogtrui was voor hem de eerste uren geen genoegdoening.

De vier van het team van 1986 hadden in eindeloze trainingssessies geleerd in steeds dezelfde volgorde een verzet van 55×12 te draaien en onderweg als zombies te luisteren naar een hit van Donna Summer, die uit de, bovenop de auto van de bondscoach gemonteerde, speakers schalde. Op dit knalharde discoritme daverden de vier met een trapfrequentie van 135 omwentelingen per minuut, naar de finish. Anderhalf uur lang als een magistrale eenheid maximaal in het rood rijden was 26 jaar geleden nodig om wereldkampioen te worden. Om dat te bereiken isoleerden beide coaches hun renners maandenlang van de normale seizoensindeling van een toenmalige topamateur. In plaats daarvan reden ze zware buitenlandse etappekoersen. Des te zwaarder des te beter. Niet om die te winnen, maar als voorbereiding op de topprestatie die ze aan het eind van het seizoen moesten leveren.

Vroeg team aanwijzen
Dit in aanmerking genomen, lijkt het een voorwaarde dat de ploeg, die wereldkampioen ploegentijdrit wil worden, op zeer korte termijn de renners aanwijst en hun programma voor het komend seizoen dienovereenkomstig aanpast. Psychologische ervaringen uit het verleden, gekoppeld aan de modernste trainings- en voorbereidingstechnieken en het allerbeste materiaal kunnen voor succes zorgen. Toch houden de meeste ploegen het waarschijnlijk op hun beste tijdrijders, aangevuld met de mannen in vorm. Vacansoleil-ploegleider Michel Cornelisse. “We nemen de ploegentijdrit ontzettend serieus en ik denk ook dat we er een goed team voor hebben. We beschikken met Lieuwe Westra en Gustav Larsson over twee supertijdrijders. En dan hebben we ook nog mannen als Stijn Devolder, Thomas De Gendt en Björn Leukemans. Maar ik vind het nu nog te vroeg om al echt het team aan te wijzen. Natuurlijk heb ik globaal wel in mijn hoofd wie daar gaan rijden, maar er kan nog zoveel gebeuren. Het is pas in september. Ik wil ook echt kijken wie er op dat moment in vorm is. Niets is zo frustrerend voor een renner in topvorm niet mee te mogen omdat er al renners zijn aangewezen.”

Of er zondag 16 september veel teams aan de start verschijnen die maandenlang als een psychologische eenheid hebben geopereerd, valt te betwijfelen. Met een overladen wedstrijdkalender is dat ook veel gevraagd. Maar een wereldtitel die op de hele ploeg afstraalt zal sportief en commercieel gezien een hoogtepunt voor iedere ploeg betekenen.

Wie mogen er starten?
Het wordt 16 september druk in Sittard op het startpodium van de ploegentijdrit. Bij de mannen zijn alle WorldTour-ploegen verplicht om mee te doen. Daarnaast is er ook ruimte voor de ProContinental- en Continental-ploegen om zich te plaatsen. Wie daarvoor in aanmerking komen:

– Beste 20 teams in de EuropeTour
– Beste 5 teams AmericaTour
– Beste 5 teams AsiaTour
– Beste team AfricaTour
– Beste team OceaniaTour

Daarbij wordt gekeken naar de ranking van 15 augustus 2012. Rabobank zou dus ook met het Continentalteam aan de start kunnen verschijnen. Bij de dames krijgen de beste 20 ploegen in de UCI-stand een startbewijs. Alle teams moeten uiterlijk 1 september doorgeven welke negen renners doorgeven. Zes van hen gaan daadwerkelijk van start. En het is de tijd van de vierde renners of renster die binnen is, die telt.

Parcours
Het is zeker geen vlakke tijdrit die de ploegen krijgen voorgeschoteld op het WK. Voor zowel de mannen als de vrouwen is de start in Sittard en de aankomst in Valkenburg. De vrouwenteams rijden 34,2 kilometer en komen onderweg twee klimmen tegen. De Lange Raarberg na iets meer dan 20 kilometer wedstrijd en vlak voor de finish natuurlijk de Cauberg. De heren (53,2 km) maken na de Lange Raarberg een extra lusje richting Voerendaal en worden over de Bergseweg gestuurd. Ook zij sluiten af met de Cauberg. Vacansoleil-renner Lieuwe Westra weet hoe zijn team het moet aanpakken. “Je moet zorgen dat je elkaar niet kapot rijdt op de eerste klimmetjes. Die moet je samen over en dan gewoon weer knallen.”