Column: Flinke jongen!

Ik herinner het me als de dag van gisteren. De trainingen met een groep fietsers, deels wedstrijdwielrenners, deels recreatieve fietsers. Ik nam vaak deel aan zulke groepstrainingen. Het was gezellig en om de een of andere reden makkelijker op te brengen dan een training in je eentje. Het is alsof je je door een chauffeur naar een moeilijk te vinden lokatie laat brengen: je hoeft niet na te denken, je gaat op de achterbank zitten en laat je meevoeren.

Een klein nadeel daarbij is wel dat je de controle over de te volgen route en snelheid kwijt bent. Voor je het weet bevind je je in een groep op hol geslagen ongeleide projectielen, die per minuut meer verkeersovertredingen maken dan pedaalomwentelingen. Dat op hol slaan verliep in ons groepje zeer geleidelijk. Meestal reden er twee fietsers op kop die buitengewoon kinderachtig elkaar pestten door steeds een half wieltje voor de ander te fietsen. Een proces dat je slechts vol kunt houden door steeds sneller te gaan, aangezien er maar eentje een half wiel voor kan rijden. Daarna dragen deze vermoeide kemphanen de kopbeurt over aan twee verse grapjassen die niet voor elkaar en zeker niet voor hun voorgangers onder willen doen. Het moge duidelijk zijn dat hier sprake is van een explosieve situatie. De groep verandert in treurige individuen die met een pijnlijke blik naar het snel ronddraaiende achterwiel van hun voorganger turen, alsof ze de stevigheid van de constructie in twijfel trekken.
Met het verstrijken van de kilometers wordt de groep kleiner, steeds meer hologige fietsers met snotdraden aan de kin moeten het pelotonnetje laten gaan. Minstens de helft van de betrokkenen wil helemaal niet zo afzien, is moe van een dag hard werken of van een eerdere training en was eigenlijk van plan een paar uurtjes rustig te peddelen. Maar niemand geeft de pijp aan Maarten. Pas bij een plaatsnaambordje of een willekeurig groepje huizen is het geoorloofd de benen stil te houden. Daar mag dat niet. Degene die het eerst ophoudt is een sukkel. Die heeft verloren.

Vanwaar toch deze onstuitbare neiging tot zelfdestructie? Waarom is er niemand die even roept: Jongens, dit heeft toch helemaal geen zin. Laten we lekker rustig gaan fietsen dan zijn we morgen weer fris en fruitig.Op dezelfde manier kun je de hele dag naar iets zoeken dat kwijt is. Ophouden kan niet want dan geef je toe dat alle moeite voor niets was. Dan liever meer nutteloze energie investeren.

Het enige dat daartegen zou kunnen helpen is een hartslagmeter die bij elke overschrijding van voorgenomen plannetjes luid piepend de drager tot de orde roept. Hoewel, misschien is het beter een stapje verder te gaan en het piepje te vervangen door een ringtone met een cynische tekst als Tjongejonge wat kun jij hard fietsen zeg. Of nog beter: Flinke jongen! En morgenochtend lekker gezond weer op!. Misschien dat ik patent ga aanvragen.

* Columnist Adrie van Diemen
Adrie van Diemen heeft acht jaar ervaring als trainer en begeleider van de Rabobank wielerploegen en heeft onder meer gewerkt met de wereldkampioenen Greg LeMond en Danny Nelissen, tevens is Adrie columnist van het blad Fiets. Meer info: www.webtrainer.nl